Coraline: een sprookjesachtige griezelfilm

coralineTijdens de colleges beeldcultuur worden we uitgedaagd om dieper te kijken dan de oppervlakte als we naar gebeurtenissen, fotografie, films of andere beelden kijken. Met de derde opdracht in de cursus, een syntagmatische analyse maken van een film(fragment), kun je niet meer alleen naar de oppervlakte kijken. Je moet erachter zien te komen, waaróm je zo gegrepen wordt door een verhaal. Ofwel welke kunstgrepen hebben de makers toegepast om ervoor te zorgen dat jij geraakt wordt door een verhaal.

Magische film

Lang twijfelde ik niet aan de film die ik wilde bespreken: Coraline. Een in mijn ogen magisch verhaal over het meisje Coraline dat zich wat eenzaam voelt, nadat ze samen met haar ouders naar een dorpje is verhuisd. Totdat ze  een doorgang naar een ‘andere wereld’ ontdekt en daar kennismaakt met ‘andere’, ogenschijnlijk meer bij haar betrokken en dus zorgzamere (maar vooral ook wat gekke) ouders.

Waarom deze film? Omdat ik bij de eerste beelden al werd meegevoerd door het verhaal. Omdat ik me – zelfs al is Coraline niet van vlees en bloed – identificeerde met het kleine meisje dat met moeite een nieuwe omgeving moet verkennen. En dat is precies wat films doen. Ze voeren je mee in een verhaal, dompelen je onder in een andere wereld en laten je voelen wat de hoofdpersoon van de film voelt. Maar dat gebeurt niet zomaar. Aan de betekenisvorming van een film liggen narratieve elementen ten grondslag, te weten fabelsujet en stijl.

Sujet                                                                                                                                     Het sujet van een film is het gebeuren ofwel de volgorde van gebeurtenissen zoals ze in de film wordt/worden gepresenteerd. Een sujet is dus voor iedereen die naar dezelfde film kijkt gelijk.

Stijl                                                                                                                                  Filmstijl bestaat uit camera, microfoon en montage. Meestal is de kijker zich niet bewust van de stijlelementen waarvan de filmmaker gebruik heeft gemaakt, omdat een film volgens bepaalde conventies is gemaakt. Stijl is een middel om ons toegang te verschaffen tot het sujet van de film. Ofwel om het verhaal van de film te kunnen ‘lezen’.

Fabel                                                                                                                                   Een fabel daarentegen is het verhaal dat de kijker construeert op basis van het aangeboden sujet. En de kijker construeert dat verhaal op basis van de kennis die hij/zij al heeft over de setting waarin het verhaal zich afspeelt (psychologisch constructivisme) én op basis van semiotische redeneringen die hij tijdens het kijken maakt. Een fabel kan dus per kijker in meer of mindere mate verschillen.

Bordwell onderscheidt vervolgens drie filmische vertelwijzen:

  1. De klassieke vertelwijze, die gericht is op de constructie van de fabel.
  2. De Art Cinema vertelwijze, waarin het sujet het belangrijkst is, dus de manier waarop het verhaal vertelt wordt
  3. De parametrische vertelwijze waarin de stijl op de voorgrond treedt.
Overigens heeft Bordwell het ook nog over de complexe vertelwijze, waarin het moeilijk is om een fabel te construeren aan de hand van de vertelwijze. Als vijfde en laatste variant is er een historisch-materialistische vertelwijze, waarin de werkelijkheid een rol speelt, maar vooral ook ingezet voor propaganda.
In Coraline wordt gebruik gemaakt van de klassieke vertelwijze. De afwikkeling van het verhaal is overzichtelijk en oorzaak en gevolg is duidelijk. Ook is er sprake van een probleem, zoals ook in een klassiek verhaal het geval is. Hoewel de ontknoping van het verhaal voorspelbaar is, zijn er ook veel onverwachte momenten van spanning.
Ook is er sprake van een soort Hollywood-gevoel van goed en kwaad. Coraline als het onschuldige meisje dat het wint van de kwade ‘andere ouders’. Overigens is er volgens Van Driel en Westermann (1991) op zo’n moment sprake van een ‘ongehinderde narratie’: het moment dat de kijker erin slaagt (een deel van) een fabel te construeren. Behalve de ‘ongehinderde narratie’ is er nog sprake van een verstoorde (kijker slaagt er niet in een fabel te construeren) en geblokkeerde narratie (kijker tast volledig in het duister).
Sujet
In het begin van de film is er echter een conflict met Coraline’s eigen ouders. Zij geven Coraline nauwelijks aandacht, en zouden op dat moment ook als het kwaad getypeerd kunnen worden. De ontdekking van de poort naar de andere wereld, en dus naar haar andere ouders, voelt voor Coraline, na een eerste aarzeling, als een wenteling naar het goede.
In onderstaand fragment zingt haar vader letterlijk dat ‘their eyes will be on Coraline …’ Coraline die in het middelpunt van de belangstelling staat, heel anders dan in de echte wereld, waar haar ouders vooral met hun werk bezig zijn. Je ziet dat Coraline aanvankelijk huiverig en verbaasd tegemoet treedt, maar steeds meer door het wonder wordt ‘gevangen’.

Na aanvankelijk de achterdocht van Coraline te laten zien, richt het sujet zich op een periode van vertrouwen. Coraline wordt in het zonnetje gezet en de andere wereld verandert letterlijk in een sprookje.

Nu is de verleiding wel heel groot om te blijven, maar als Coraline dat wil, is er één ding wat ze nog moet doen om bij haar nieuwe familie te horen …

Coraline merkt nu dat haar nieuwe ouders niet zijn wat ze aanvankelijk lijken. En dan lijkt er een genrewisseling plaats te vinden. De sprookjesachtige film verandert in een griezelfilm, wanneer blijkt dat haar ‘andere’ ouders kinderen hebben gevangen en gedood. Hun geesten waren nog rond in de ‘andere wereld’.

En zoals het in een klassieke vertelling meestal het geval is: ‘All ends well’. Het lukt Coraline om samen met haar vriendje de kindergeesten te bevrijden en ze ‘leven nog lang en gelukkig.’

Hoewel het verloop van Coraline dus vooral voelt als een klassieke vertelling, vind ik het door het genre (animatie) ook een artfilm. Hoewel je je als kijker laat meevoeren met het verhaal – ik althans wel – kun je er bij een animatiefilm niet omheen dat je je bewust bent van de stijlmiddelen die gebruikt zijn. Het grappige is wel dat ook in deze film gebruik wordt gemaakt van twee soorten werkelijkheid. Namelijk de objectieve werkelijkheid met de gebeurtenissen uit het echte leven, als de subjectieve werkelijkheid: de wereld zoals Coraline het ziet.

In het boek Taal en Verlangen stelt Antoine Mooij dat juist dát wat niet verteld wordt, ook onderdeel is van een verhaal. In de film Coraline zegt nergens in de film letterlijk dat ze het vreselijk vindt dat haar ouders zich niet om haar lijken te bekommeren. Maar de ‘vlucht’ naar de andere wereld impliceert dat ze daar wel moeite mee heeft.  De deur naar de andere wereld zou je in die zin zelfs kunnen zien als de weg naar haar eigen onderbewuste.

Literatuurlijst:

  1. Filmkunde: een inleidend overzicht, Open Universiteit
  2. Het begrijpen van een speelfilm, H. v. Driel en M. Westermann, Filmkunde: een inleiding, 1991
  3. Samenvatting Narration in the Fiction Film van David Bordwell (1985) door Hans van Driel, februari 1991.
  4. De plaats van de taal in de psychoanalyse, Taal en Verlangen, A. Mooij, 1983, p. 88-105

[:en]

Tijdens de colleges beeldcultuur worden we uitgedaagd om dieper te kijken dan de oppervlakte als we naar gebeurtenissen, fotografie, films of andere beelden kijken. Met de derde opdracht in de cursus, een syntagmatische analyse maken van een film(fragment), kun je niet meer alleen naar de oppervlakte kijken. Je moet erachter zien te komen, waaróm je zo gegrepen wordt door een verhaal. Ofwel welke kunstgrepen hebben de makers toegepast om ervoor te zorgen dat jij geraakt wordt door een verhaal.

Magische film

Lang twijfelde ik niet aan de film die ik wilde bespreken: Coraline. Een in mijn ogen magisch verhaal over het meisje Coraline dat zich wat eenzaam voelt, nadat ze samen met haar ouders naar een dorpje is verhuisd. Totdat ze  een doorgang naar een ‘andere wereld’ ontdekt en daar kennismaakt met ‘andere’, ogenschijnlijk meer bij haar betrokken en dus zorgzamere (maar vooral ook wat gekke) ouders.

Waarom deze film? Omdat ik bij de eerste beelden al werd meegevoerd door het verhaal. Omdat ik me – zelfs al is Coraline niet van vlees en bloed – identificeerde met het kleine meisje dat met moeite een nieuwe omgeving moet verkennen. En dat is precies wat films doen. Ze voeren je mee in een verhaal, dompelen je onder in een andere wereld en laten je voelen wat de hoofdpersoon van de film voelt. Maar dat gebeurt niet zomaar. Aan de betekenisvorming van een film liggen narratieve elementen ten grondslag, te weten fabelsujet en stijl.

Sujet Het sujet van een film is het gebeuren ofwel de volgorde van gebeurtenissen zoals ze in de film wordt/worden gepresenteerd. Een sujet is dus voor iedereen die naar dezelfde film kijkt gelijk.

Stijl Filmstijl bestaat uit camera, microfoon en montage. Meestal is de kijker zich niet bewust van de stijlelementen waarvan de filmmaker gebruik heeft gemaakt, omdat een film volgens bepaalde conventies is gemaakt. Stijl is een middel om ons toegang te verschaffen tot het sujet van de film. Ofwel om het verhaal van de film te kunnen ‘lezen’.

Fabel Een fabel daarentegen is het verhaal dat de kijker construeert op basis van het aangeboden sujet. En de kijker construeert dat verhaal op basis van de kennis die hij/zij al heeft over de setting waarin het verhaal zich afspeelt (psychologisch constructivisme) én op basis van semiotische redeneringen die hij tijdens het kijken maakt. Een fabel kan dus per kijker in meer of mindere mate verschillen.

Bordwell onderscheidt vervolgens drie filmische vertelwijzen:

  1. De klassieke vertelwijze, die gericht is op de constructie van de fabel.
  2. De Art Cinema vertelwijze, waarin het sujet het belangrijkst is, dus de manier waarop het verhaal vertelt wordt
  3. De parametrische vertelwijze waarin de stijl op de voorgrond treedt.
Overigens heeft Bordwell het ook nog over de complexe vertelwijze, waarin het moeilijk is om een fabel te construeren aan de hand van de vertelwijze. Als vijfde en laatste variant is er een historisch-materialistische vertelwijze, waarin de werkelijkheid een rol speelt, maar vooral ook ingezet voor propaganda.
In Coraline wordt gebruik gemaakt van de klassieke vertelwijze. De afwikkeling van het verhaal is overzichtelijk en oorzaak en gevolg is duidelijk. Ook is er sprake van een probleem, zoals ook in een klassiek verhaal het geval is. Hoewel de ontknoping van het verhaal voorspelbaar is, zijn er ook veel onverwachte momenten van spanning.
Ook is er sprake van een soort Hollywood-gevoel van goed en kwaad. Coraline als het onschuldige meisje dat het wint van de kwade ‘andere ouders’. Overigens is er volgens Van Driel en Westermann (1991) op zo’n moment sprake van een ‘ongehinderde narratie’: het moment dat de kijker erin slaagt (een deel van) een fabel te construeren. Behalve de ‘ongehinderde narratie’ is er nog sprake van een verstoorde (kijker slaagt er niet in een fabel te construeren) en geblokkeerde narratie (kijker tast volledig in het duister).
Sujet
In het begin van de film is er echter een conflict met Coraline’s eigen ouders. Zij geven Coraline nauwelijks aandacht, en zouden op dat moment ook als het kwaad getypeerd kunnen worden. De ontdekking van de poort naar de andere wereld, en dus naar haar andere ouders, voelt voor Coraline, na een eerste aarzeling, als een wenteling naar het goede.
In onderstaand fragment zingt haar vader letterlijk dat ‘their eyes will be on Coraline …’ Coraline die in het middelpunt van de belangstelling staat, heel anders dan in de echte wereld, waar haar ouders vooral met hun werk bezig zijn. Je ziet dat Coraline aanvankelijk huiverig en verbaasd tegemoet treedt, maar steeds meer door het wonder wordt ‘gevangen’.

Na aanvankelijk de achterdocht van Coraline te laten zien, richt het sujet zich op een periode van vertrouwen. Coraline wordt in het zonnetje gezet en de andere wereld verandert letterlijk in een sprookje.

Nu is de verleiding wel heel groot om te blijven, maar als Coraline dat wil, is er één ding wat ze nog moet doen om bij haar nieuwe familie te horen …

Coraline merkt nu dat haar nieuwe ouders niet zijn wat ze aanvankelijk lijken. En dan lijkt er een genrewisseling plaats te vinden. De sprookjesachtige film verandert in een griezelfilm, wanneer blijkt dat haar ‘andere’ ouders kinderen hebben gevangen en gedood. Hun geesten waren nog rond in de ‘andere wereld’.

En zoals het in een klassieke vertelling meestal het geval is: ‘All ends well’. Het lukt Coraline om samen met haar vriendje de kindergeesten te bevrijden en ze ‘leven nog lang en gelukkig.’

Hoewel het verloop van Coraline dus vooral voelt als een klassieke vertelling, vind ik het door het genre (animatie) ook een artfilm. Hoewel je je als kijker laat meevoeren met het verhaal – ik althans wel – kun je er bij een animatiefilm niet omheen dat je je bewust bent van de stijlmiddelen die gebruikt zijn. Het grappige is wel dat ook in deze film gebruik wordt gemaakt van twee soorten werkelijkheid. Namelijk de objectieve werkelijkheid met de gebeurtenissen uit het echte leven, als de subjectieve werkelijkheid: de wereld zoals Coraline het ziet.

In het boek Taal en Verlangen stelt Antoine Mooij dat juist dát wat niet verteld wordt, ook onderdeel is van een verhaal. In de film Coraline zegt nergens in de film letterlijk dat ze het vreselijk vindt dat haar ouders zich niet om haar lijken te bekommeren. Maar de ‘vlucht’ naar de andere wereld impliceert dat ze daar wel moeite mee heeft.  De deur naar de andere wereld zou je in die zin zelfs kunnen zien als de weg naar haar eigen onderbewuste.

Literatuurlijst:

  1. Filmkunde: een inleidend overzicht, Open Universiteit
  2. Het begrijpen van een speelfilm, H. v. Driel en M. Westermann, Filmkunde: een inleiding, 1991
  3. Samenvatting Narration in the Fiction Film van David Bordwell (1985) door Hans van Driel, februari 1991.
  4. De plaats van de taal in de psychoanalyse, Taal en Verlangen, A. Mooij, 1983, p. 88-105

Zeg het maar!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.