Tips uit ‘vieux’ Lille

Deze diashow vereist JavaScript.

Zuster Nonette had me gewaarschuwd dat ik niet alleen de stad in mocht gaan, maar ik moest even ontsnappen aan de geur van de dood. Deze laatste maand was hopeloos; hoe kon ik denken dat ik geschikt was voor een leven bij de zusters Augustinessen? Dat de wens van mijn moeder voldoende was om mij staande te houden? Om me te weren tegen de pokdalige lijven, de schokkende ledematen, het bebloede gelaat? Ik dacht de eerste dagen dat ik wel zou wennen, maar nu ik inmiddels iets langer dan een maand hielp in het hospice van gravin Johanna van Vlaanderen, durf ik dat niet meer te zeggen. Deze ochtend was weer een arme drommel gestorven. Ik zou de aflegging doen, maar ik dorst niet. Het leek alsof de man me alsnog aanschouwde met zijn priemende ogen. Gelukkig zag zuster Constanza dat het me teveel werd: ze nam de natte doeken van me over en duwde me zacht maar resoluut de gang op. Ik ben direct de binnenplaats over gerend, botste bijna op tegen moeder overste die me zeer afkeurend aankeek, maar ben niet gestopt. Niets kon me stoppen. Het was alsof de duivel me op de hielen zat. Toen ik de poort uitkwam, keek niemand naar me om. Rue de la Monnaie was op dat moment vol met drukdoende lieden: op weg naar een afspraak of een diner in de oude stad – ma vieux Lille. En toch voelde het anders dan een maand eerder. Was ik in die korte tijd toch al vergroeid met het nonnenbestaan?

Salon de Thé

Ik besloot mijn nare voorgevoel te negeren en me linea recta naar mijn favoriete Salon de Thé te begeven. Een heerlijke tarte van Meert kon ik wel gebruiken. In de etalage had de maître de lekkerste chocolaatjes staan. Ik kon ze niet weerstaan en besloot een reep te kopen voor zuster Constanza. Chocolat Blonde, haar favoriete smaak. Ze verdiende het, de schat, meer dan eens had ze me de afgelopen maand geholpen wanneer ik me weer eens machteloos voelde. Hopelijk lukte het me de heerlijkheden ongezien het hospice binnen te smokkelen. Het nuttigen van dit soort aardse luxe zoetigheden was niet toegestaan. We moesten ons laven aan soberheid, en er zo voor zorgen dat de zieken gemakkelijker afscheid konden nemen van het aardse bestaan. Afscheid nemen. Ik kan er zo kwaad om worden. Zuster Nonette zou beter haar best moesten doen om ervoor te zorgen dat het herstel intrad. Dan hoefden ze armelui geen gedag te zeggen tegen het leven. Sommigen waren nog zo jong. Zelfs jonger dan ik. Mijn weemoedige gedachten maakten me duizelig, een waas trok voor mijn gezicht. Ik kneep mijn ogen toe en schudde met mijn hoofd. De waas verdween echter niet. Maître Meert vroeg me of het wel goed met me ging en of hij iets voor me kon betekenen, maar ik kon hem toch onmogelijk zeggen dat ik liefst Lille zou verlaten? Dat ik terugwilde naar mijn thuishaven Tournai? Hij zou me een hysterica vinden. En er zeker voor zorgen dat ik geen stap meer kon verzetten voordat zuster Nonette me gevonden had. Ik haalde dus diep adem, streek mijn rok recht en stond op. Wazig beeld of niet: ik moest verder.

[wordt vervolgd]

[:en]

Deze diashow vereist JavaScript.

Sister Nonette had warned me not to go into the city alone, but I just had to escape the nasty scent of death. This last month had been hopeless: how could I believe for a minute that I was suited for a life with the Augustinesser Nuns? How could I think that my mothers’ last wishes were enough to keep me going? To defend me against the jolting limbs and the blood-stained countenances? The first few days I figured I would get used to these terrible sights, but now I have been helping in the hospice of count Johanna van Vlaanderen for more than a month, I am not sure anymore. This morning another poor bloke had died. I was supposed to bath and prepare him, but I was terrified. The man seemed to  still look at me with his piercing eyes. Fortunately sister Constanza noticed I could not cope anymore: she took the wet clothes out of my hands and pushed me softly but firmly towards the hallway. I did not hesitate for one second, but ran across the courtyard, almost bumping into sister Nonette who looked at me with disapproval. But I did not stop. Nothing or nobody could stop me.  Stepping out of the gate, nobody noticed me.  Rue de la Monnaie was filled with busy people: on their way to an appointment or the old city – ma vieux Lille. And yet … it felt different then last month, before my entering the convent. Was it possible that I became one with the nuns only in this short period of time?

Salon de Thé

I decided to neglect my strange premonition and started to stroll across the cobbled street, not noticing the odd-looking people that passed me. Passing the corner I realized I was at Rue Esquermoise. My cousin worked there at a pastry store, Meert. Oh, how I could use a taste of their special ‘tarte’.  I checked my pockets for change, and looked around to see if there was a nun or brother in the surroundings. After making sure nobody from the hospice was in the street, I accelerated my pace and sneaked into the restaurant. My cousin was nowhere to be seen. I asked a colleague, but he said that he did not know the person I was looking for. Very weird, since Lambert had been working for the Meert family long before my family even came to live in Lille. Now I could not talk to Lambert, I lost my appetite for the ‘tarte’ and just went to the shop. I noticed very nice looking chocolatebars in the window shop and decided to taste one of these instead. Chocolat blonde, caramalized chocolate with pistache and raisin, what a typical combination. Though I did not like caramalized chocolate myself, I decided to buy a bar for Sister Constanza, knowing she would love the special taste. She definitively deserved it, my dear sister, more than once she had helped me last month whenever I felt helpless again. Hopefully I would manage to smuggle the sweetness into the hospice. We were not allowed to enjoy these kind of earthly goods. In stead we were supposed to gorge in sobriety, that way making sure that the poor bastards in their sickbeds would be able to say goodbye to their earthly existence.  Saying goodbye. These words made me more angry every day. Why weren’t we able to cure them? That way the poor wouldn’t have to say goodbye to life. Some of them were still so young. Sometimes even  younger than me. My wistful thoughts dizzied me and my sight got all blurry. I tweaked my eyes and shook my head. The veil did not disappear. A waiter asked if I was okay and if he could do something for me, but how could I tell him that I wanted to leave Lille? That I wanted to abandon the nuns and the sick people of the hospice and go back to my town of birth, Tournai? He probably would think I was being hysterical and prevent me from moving one more step before Sister Nonette would find me. So I took a deep breath, smoothed my tails and rose. Fuzzy eyes notwithstanding, I had to move on.

[to be continued]

Zeg het maar!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.